Samenvatting van het onderzoek
De scan richt zich op vijf landen en een regio: Estland, Nieuw-Zeeland, Portugal, Zweden, de regio Tirol in Oostenrijk en Nederland. De selectie van de buitenlandse voorbeelden is gebaseerd op internationale onderzoeksrapporten gericht op de status en effecten van inclusief onderwijs voor SEND-leerlingen, rapporten van internationale organisaties op het gebied van mensenrechten, onderwijs en economische ontwikkeling, en overleg met een expert op het gebied van inclusief onderwijs binnen de OESO.
Interviews met onderwijs- en inspectie-experts en documentanalyses vormden de basis van het onderzoek. De centrale onderzoeksvragen gaan over het onderwijssysteem, de ontwikkeling en status van inclusief onderwijs, de bijdrage aan onderwijskernfuncties, en het toezicht daarop.
Conclusies voor Nederland
De Inspectie concludeert voor Nederland dat: "inclusief onderwijs in Nederland vraagt om wettelijke verankering, nationale kwaliteitsstandaarden en effectieve samenwerking tussen scholen, gemeenten en zorgprofessionals. Programma’s en gezamenlijke schoolactiviteiten kunnen de socialisatie van SEND-leerlingen bevorderen."
"Door datagestuurde monitoring via leerlingvolgsystemen wordt vroege signalering mogelijk, zonder dat een diagnose vereist is. Ook is het nodig om het behalen van een diploma en instromen in de arbeidsmarkt planmatig in te richten."
"Daarnaast zijn kennisdeling, structurele training van leraren, vereenvoudiging van bureaucratie en duurzame financiering cruciaal voor een succesvolle uitvoering."
"Het toezicht zou ontwikkelingsgerichter en meer ondersteunend moeten zijn. Daarbij is het belangrijk dat middelengebruik en samenwerking met ouders en zorgprofessionals worden meegenomen tijdens inspecties. Gerichte thematische onderzoeken, het delen van goede voorbeelden en periodieke zelfevaluaties helpen de inspectie scholen om inclusief onderwijs continu te verbeteren."