Samenwerkingsverbanden stimuleren inclusiever onderwijs

Negen regioportretten, voortgang en opbrengsten in de samenwerkingsverbanden en stappen vooruit voor inclusiever onderwijs
Marij Bosdriesz & Dolf van Veen - NCOJ
2024

In negen portretten van samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs worden voortgang, opbrengsten en stappen vooruit voor inclusiever onderwijs beschreven. Het actief volgen van deze regio’s levert een beeld op van belemmerende en bevorderende factoren en (werkzame) strategieën om voortgang en (betere) resultaten te boeken voor leerlingen. Bij zes van deze regio’s is drie jaar eerder hun startsituatie in beeld gebracht. Het ging om de kansen, mogelijkheden en aanpak, maar ook de ervaren belemmeringen, werkpunten en ondersteuningsbehoeften van scholen en samenwerkingsverbanden.

In dit verslag wordt de balans voor negen regio’s (opnieuw) opgemaakt. Daarin worden vragen beantwoord als: wat zijn interessante opbrengsten of leerervaringen geweest; hoe kijken de negen regio’s vooruit naar de toekomst; wat vinden zij vooral van belang voor de verder ontwikkeling van inclusiever onderwijs vanuit de optiek van het samenwerkingsverband?

In de formulering van conclusies en aanbevelingen worden de dimensies gevolgd zoals deze zijn omschreven in de Index of Inclusion van Booth en Ainscow (2002): beleid, praktijk en cultuur. Onder de dimensie ‘Beleid’ wordt speciaal genoemd de behoefte aan heldere en stevige ambities vanuit de Rijksoverheid waaronder werkzaamheden van cluster 1 en 2 onder de samenwerkingsverbanden te laten vallen, meer aandacht voor inclusiever onderwijs in het voorgezet onderwijs, financiering van de basiszorg en richtlijnen van de special onderwijszorg, de positie van het speciaal onderwijs, aandacht voor huisvesting, en een adequater toezichtskader van de Inspectie van het Onderwijs. De samenwerkingsverbanden pleiten voor een duidelijke rol en stevige positie voor hunzelf in dit proces.

Onder het kopje ‘Praktijk’ worden in het bijzonder de grip op de onderinstroom in het primair onderwijs, de overgang po-vo en de rol en functie van het gespecialiseerd onderwijs bij werken aan inclusiever onderwijs genoemd.

Bij ‘Cultuur’ denken de samenwerkingsverbanden vooral aan aandacht voor het (verder) ontwikkelen van een inclusieve cultuur in scholen en samenwerkingsverbanden. Op scholen zijn kernwaarden leidend alsmede het draagvlak en samenwerking van alle betrokkenen in de school. Een duidelijke visie en draagvlak voor daarmee verbonden strategisch beleid in het samenwerkingsverband is eveneens van belang.