Professionaliseringsbeleid

Professionaliseringsbeleid is een belangrijk onderwerp bij het werken aan inclusief onderwijs. Voor veel inclusieve scholen die op eigen kracht en vaak niet of niet structureel op substantiële ondersteuning vanuit het gespecialiseerd onderwijs en/of de (jeugd)zorg konden rekenen, was dat – naast het zelf aanstellen of laten detacheren van een medewerker met specifieke expertise - een belangrijke en vaak enige mogelijkheid om te werken aan zorgverbreding en goed onderwijs voor alle leerlingen.

Professionalisering dus in functie van duurzame schoolontwikkeling en inclusiever onderwijs, voor bijvoorbeeld het verbeteren van de instructiekwaliteit, de organisatie van de onderwijsleeromgeving, voor meer en betere expertise en samenwerking in het team en (h)echte verbindingen met ouders en leerlingen en externe hulpbronnen.

zwart-wit icoon van persoon die trap op loopt
Jonge mensen overleggend aan werktafel

Het NCOJ en platform NIO hebben samen met AVS een aparte leergang voor schoolleiders ontwikkeld, getiteld 'Leiderschap voor inclusief onderwijs'.

Samenwerking essentieel in ontwikkeling professionaliseringsbeleid

De afgelopen jaren zien we steeds meer schoolbesturen met meerdere scholen actief beleid ontwikkelen op het terrein van inclusief onderwijs, waarbij scholen ook van elkaar kunnen leren en elkaars expertise benutten. Dit samen met de belangrijke rol die ook samenwerkingsverbanden (kunnen) spelen bij het stimuleren en ontwikkelen van professionaliseringsbeleid op dit terrein met aangesloten schoolbesturen en hun scholen, vormen belangrijke aandachtspunten binnen dit themagebied. De samenwerking tussen de onderwijspraktijk met (leraren)opleidingen in het hoger en middelbaar onderwijs hoort daar ook zeker bij.

Op dit themagebied is nog een wereld te winnen. Met enige regelmaat horen we de afgelopen jaren vijftien jaar geluiden dat onze leraren onvoldoende zijn opgeleid voor passend en inclusiever onderwijs en niet nog meer leerlingen die speciale onderwijszorg behoeven in het regulier onderwijs er bij kunnen hebben. Ze moeten juist ‘ontzorgd’ worden, meer ‘handen in de klas’ hebben en kunnen rekenen op voldoende ondersteuning van klassenassistenten en/of specialistische ondersteuning in ook kleinere klassen. Deze en andere aspecten worden in Nederland vaak naar voren gebracht als voorwaarde om überhaupt te kunnen beginnen met werken aan inclusiever onderwijs. De vele en het toenemende aantal inclusieve scholen tonen aan dat dit geen houdbaar standpunt is. Zeker, sommige aspecten wijzen op zaken die het werken aan inclusiever onderwijs sterk kunnen ondersteunen.

Professionalisering in samenhang met andere bouwstenen

Het is mede op basis van internationale ervaringen helpend te wijzen op het belang om professionaliseringsbeleid te bezien in samenhang met andere vitale bouwstenen voor het werken aan inclusiever onderwijs. Denk met name aan de ondersteuningsstructuur voor leren en onderwijzen. Leerkrachten hoeven niet meesters op alle terreinen te zijn, collega’s en expertises binnen de school kunnen worden benut of van collega-scholen in het bestuur of het samenwerkingsverband, waaronder ook gespecialiseerd onderwijs. En dat geldt ook voor andere expertisevoorzieningen voor speciale onderwijszorg en (jeugd)zorg in de regio. Voor de landelijke overheid is hier kaderstellend nog veel te doen.

Voor schoolleiders en schoolbesturen en vooral ook voor de samenwerkingsverbanden waar zij deel van uitmaken liggen hier juist ook bij het ontbreken van goede voorwaarden en de periode naar 2025 belangrijke opgaven. Niet alleen om goede uitvoeringscondities te realiseren, waaronder voldoende goede en tijdige ondersteuning voor onderwijsgevenden en leerlingen, maar ook procesondersteuning bij het werken aan inclusiever onderwijs en het bevorderen van een goede balans tussen professionaliseringsbeleid en het voorzien in een goede ondersteuningsstructuur.

Cultuur en organisatie ook belangrijke facetten

Het is daarbij ook van belang om op te merken dat het niet altijd gaat om meer ondersteuning en professionalisering. De cultuur en de organisatie van de onderwijsleeromgeving zijn evenzeer van belang. Ervaringen in het buitenland laten tevens zien dat het niet volstaat om expertise over te planten naar het regulier onderwijs.

Die expertise moet ook effectief worden ingezet. Dit vraagt voorbereiding, samenwerking tussen professionals (en met aanpalende sectoren) in en om de school en niet in de laatste plaats om andere werkwijzen en werkvormen zoals co-teaching en een goede inzet van klassenassistenten.