Inspectie-onderzoek
Samenwerking regulier en speciaal onderwijs

Scholen in het speciaal en regulier onderwijs werken samen om leerlingen met en zonder beperking of ziekte samen naar school te laten gaan met het oogmerk inclusief onderwijs te realiseren. De Inspectie van het Onderwijs heeft in 2025 verschillende vormen van samenwerking tussen scholen in het speciaal en regulier onderwijs in beeld gebracht.

zwart-wit icoon met handschudden

Dat doen scholen op vele manieren en de hoofdconclusie is dat over het algemeen leerlingen en onderwijsprofessionals tevreden zijn over de samenwerking.  Er werden zowel bevorderende als belemmerende factoren in de samenwerking vastgesteld. We vatten de belangrijkste resultaten van het onderzoek samen.

Samenvatting rapport

  • Er zijn zeer uiteenlopende vormen van samenwerking waarbij de juridische basis uiteenloopt.
  • In ongeveer 1/3 van de onderzochte gevallen zijn de scholen een symbiose aangegaan (leerlingen ingeschreven op een school voor gespecialiseerd onderwijs mogen tot 60% van het lesprogramma op de reguliere school volgen).
  • Leerlingen geven aan tevreden te zijn over het onderwijs dat ze bij dit soort samenwerkingsvormen krijgen. Over het algemeen voelen ze zich op hun gemak in klassen waar leerlingen met en zonder extra ondersteuningsbehoeften samen les krijgen.
  • Ook de leraren zien dat de leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften zich prettig voelen. Ze hebben het idee dat deze leerlingen betere resultaten halen en zich sociaal-emotioneel sneller ontwikkelen.
  • Inspecteurs hebben over het algemeen een positief beeld van de kwaliteitszorgcyclus rond het gezamenlijke onderwijs.
  • Volgens scholen zijn de volgende factoren van belang om de samenwerking te laten slagen: een gezamenlijke visie, duidelijke, concrete afspraken tussen scholen en goede onderlinge communicatie.
  • Bezorgdheid bij reguliere scholen over de invloed op de gemiddelde onderwijsresultaten speelt een rol, waarbij aangetekend dat de inspectie een voldoende beoordeling kan geven, als een school lagere resultaten goed kan verantwoorden.
  • Goede randvoorwaarden zijn van belang, bijvoorbeeld geschikte huisvesting, voldoende kennis en vaardigheden van leraren, beschikbaarheid van personeel en voldoende (structurele) financiële middelen.
Voor dit onderzoek hebben 58 schoolleiders een vragenlijst ingevuld. Op 25 samenwerkingslocaties heeft de inspectie verdiepende interviews gehouden met onderwijsprofessionals en leerlingen. Aanvullend nam de inspectie vragenlijsten af bij leerlingen.

Factoren bij de organisatie van inclusiever onderwijs in de samenwerking met (v)so

Het rapport maakt een onderscheid naar bevorderende en belemmerende factoren voor de ontwikkeling van inclusiever onderwijs op reguliere scholen. We  hebben de belangrijkste geselecteerd.

Bevorderende factoren

een gezamenlijke visie op de samenwerking; een breed draagvlak voor inclusiever onderwijs; een concreet plan van aanpak met duidelijke afspraken; transparante en duidelijke onderlinge communicatie; gedeelde en geschikte huisvesting; kennis en vaardigheden van leraren toereikend voor het gestelde doel en omgang met de doelgroep.

Belemmerende factoren

terughoudende overtuigingen van onderwijsprofessionals over de inclusie van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften; onvoldoende beschikbaarheid personeel om ondersteuning te bieden; verschillende leerlingvolgsystemen, lesmethodes en jaarplanningen; onvoldoende (structurele) financiële middelen voor de uitvoering.